9 mrt. 2010

Het wybertje van checkpoint Charlie; Ubalda's hand

Broeder Alphons

"We wisten wie zijn vingers niet kon thuis houden. Daar spraken we als jongens onderling wel over. Zelf ben ik niet misbruikt." Ook later, inmiddels werkzaam in het internaat als broeder Alfons, ving Schobben gefluisterde verhalen op. Zoals over die collegabroeder uit de ziekenzaal die 'dingen met kinderen deed'. "Plots werd hij weggestuurd." Broeder Alfons ziet het nog voor zich als de dag van gisteren: die lege broederstoelen in de eetzaal van het jongenspensionaat. Weer was er een collegabroeder spoorslags vertrokken. Opnieuw gingen alle alarmbellen bij de Heerlenaar rinkelen. Waarom er wederom een stoel leeg was wist hij niet zeker, maar een sterk vermoeden had de geestelijke wel. "Dat had met kindermisbruik te maken, dat denk ik nu nog steeds. Let op: concrete bewijzen heb ik niet, maar die heeft niemand. We wisten feitelijk dat het gebeurde, maar iedereen hield zijn mond dicht", zegt Schobben. "Dat moest ook van hogerhand. We hadden een spreekverbod. Bovendien leefden we toen in een wereld die heel erg gesloten was. Het was zelfs niet de bedoeling dat je door een raam naar buiten keek. 'Niet naar de boze buitenwereld kijken', zei een andere broeder dan tegen mij en trok me weg."



Geertruida, Amsterdam (bron: Op welke golflengte stem jij af)


Het eerste woord wat een van de mooiste mensen ter wereld na zijn eis om liedeliedelies in verstaanbaar Nederlands sprak was niet pappa of mamma maar: kijkekijke. Voor zijn zeer effectieve methoden mij duidelijk te maken wáár hij dan toch wel wilde kijken had hij zijn handen en 2 kleine pootjes. Ik ook. Die van mij waren een beetje groter. We pasten precies. Ook tijdens dat verliefde kijken.


En God zag dat het goed was.

Geen opmerkingen: